Als Er Nog Vijftig In De Stad Zijn

J. Vander Bom. Trowel & Sword, (De Kleine Krant). November 1974

Preamble: Once again we have for your enjoyment an article from the Kleine Krant written in Dutch by Rev. John Vander Bom . As before it is followed immediately after by an English translation for those who cannot read Dutch.

Als Er Nog Vijftig In De Stad Zijn

Dit wordt een kort verhaal over de predikantenkonferentie in Wollongong, die dus toch is door-gegaan. De bedoeling van de vijftig in de titel hierboven kunt u aan’t slot vinden. Ze heeft niets uit te staan met het getal van de konferentie-deelnemers, al waren dat er, welgeteld ook vijftig: 31 pastores, waarvan er 19 hun betere helften hadden meegebracht. ‘t Was heel jammer dat het door de hoge kosten onmogelijk is geweest voor de bewoners van het verre westen om hun vrouwen mee te brengen. Want opnieuw hebben wij ontdekt, hoe broodnodig én vruchtbaar die paar konferentiedagen kunnen zijn om de band en verstandhouding te bewaren.

Want wij hebben wel een uitzonderlijke verscheidenheid in onze gelederen. En dat is mooi en boeiend, maar kan ook spoedig een debet-post worden als wij elkander niet meer kennen. Voorzitter R.O. Zorn kon behalve een paar afgestudeerden van het College in Geelong ook drie nieuwe gezichten uit den vreemde verwelkomen: ds Jack Postma die in de Verenigde Staten tot de reformatorische positie is gekomen, de van Ceylon afkomstige ds Winston Gauder, die in Grand Rapids heeft gestudeerd, en Dr Noel Weeks, uit de presbyteriaanse kerk, die ofschoon hij niet in de aktieve ambtelijke dienst staat, ook een belangrijk aandeel heeft gehad in de diskussies over de prediking en de praktische vragen van pastoraat en psychologie. Van de hoogleraren van Geelong was alleen professor Woudstra aanwezig, die ons erg geholpen heeft op het terrein van jeugd en evangelie. Zelf vertelde hij dat hij zich op dat gebied nooit zo thuis voelde als in het Oude Testament. Jammer genoeg moesten de andere hooggeleerden, ook professor Harman verstek laten gaan. Verder hadden wij deze keer geen gasten, en ook helaas geen vertegenwoordiger van de Nieuw Zeelandse schapenweide.

Wij hadden geen gasten, maar werden zelf wel met onderscheid en als eregasten behandeld. 

Fantastisch, welke mooie vergaderruimtes heeft die kerk van Wollongong ter beschikking! Er was ook een prima verwarming. En de dames der gemeente verzorgden iedere dag een kostelijke lunch. Maar aan het Wollongongse strand werd ons door de jeugd der kerk een barbecue aangeboden, waarvan veteranen als Stuyvesant of Van Raalte gesmuld zouden hebben! En tijdens een van de maaltijden in het prachtige Illawarra bejaardentehuis (waar onze kerk tien units beschikbaar heeft — ja, wie hapt?) werden wij aangenaam bezig door een gitaar trio, ook van de gemeente.

Onze eigen muzikale prestaties werden ruimschoots beloond op de laatste avond, een ontmoeting met de gemeente, die klonk als een klok. U begrijpt het wel: ds Arent de Graaf, ook in de kathedraal van Wollongong geen onbekende, kan geen rust vinden voordat hij iedereen aan het zingen heeft gekregen. Wie had ooit gedroomd van een predikanten-koor? Hij liet ons zingen in alle tongen van mensen en engelen. Nu mag natuurlijk een Duitse, Latijnse or Hebreeuwse tekst voor een dominee geen bezwaar zijn. En zijn vrouw zingt wel mee. . .  Maar het wordt moeilijker als je geen noten kunt lezen. Of, nog erger, als je niet kunt zingen! En toch zongen wij allemaal! Geneefse melodieen, canons, avondgebeden. . . Geen wonder dat de stemming zo goed bleef. Want wij waren heus niet samengekomen in een oase van onbezorgdheid. Maar in ons gezang deden wij belijdenis van wat voor ons allen het hoogste en heerlijkste is. En dan verdwijnen de moeilijkheden, en glijden ook de zorgen en het verdriet van ons af. Zoals een vliegtuig dat omhoogt stijgt de wolken en de bevuilde aarde onder zich mag laten. 

Want natuurlijk, wij waren niet met vakantie. Op de konferentie hadden wij tal van vragen en strijdpunten meegebracht. Of dacht u, dat wij buiten de strijdende kerk konden gaan staan? Maar wij weten ook dat strijd en gebed de lofzang niet uitsluiten. In het strijdperk van dit leven hebben wij immers Gods eigen Woord meegekregen. En iedere dag begon terecht met een tijd van bijbelstudie. En iedere namiddag hadden wij onze gebedstijd.

Het programma was deze keer uitermate praktisch. Prediking en pastorale zorg waren de hoofd-punten.

In een duidelijk exposé over Bijbelse Prediking, aan de hand van de waardevolle studie van de Amerikaanse Sid Greidanus (Sola Scriptura, dissertatie Vrije Universiteit, Amsterdam) bracht ds Pellicaan de bespreking op gang over een onderwerp dat de kerk tot het einde der eeuwen zal boeien. Want door de prediking van het Woord is de kerk gesticht, en heeft zij zich verbreid. En het behaagt de Heer, schrijft Paulus, door de dwaasheid van de prediking mensen te behouden!

De prediker is echter geen automaat, die klaar is met het opdreunen van een aantal gemeen-plaatsen en bijbelteksten. Spurgeon gromde tegen zijn studenten, dat ze beter een christelijk draaiorgel konden kopen: dan kun je afwisselen met vijf verschillende deunen!

Maar wij kunnen ook te veel vertrouwen hebben in onze eigen vindingrijkheid of welsprekendheid. Het is onmogelijk, dat een prediker de indruk achterlaat dat hij een machtig spreker is, en tegelijk dat Jezus Christus alléén groot is, en machtig om te redden en te helpen. Er is een welsprekendheid waarvoor de hemel ons bewaren mag. “De Here was niet in de stormwind.” Wij moeten wel goed beseffen dat de preekstoel al evenmin aan de prediker toebehoort als het doopvont en de avondmaalstafel.

De schrijver van dit verslag had het voorrecht, op de laatste morgen van de konferentie dit thema van de prediking te mogen samenvatten. Het is onze geweldige opdracht, heerlijk en adem-benemend, dat wij aan mensen de stem des Heren mogen doen horen. Zo, dat zij achteraf kunnen zeggen ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord — ik heb vanmorgen de Heer horen spreken! Natuurlijk kan alleen de Heilige Geest deze wondere kommunikatie tot stand brengen. Maar dit betekent stellig geen premie op gemakzucht.

Op de konferentie hebben wij ook een heel gesprek gewijd aan het leven in de pastorie. Mrs. Del MacFarlane gaf de inleiding. Maar in de bespreking die volgde kregen de dames slechts een magere kans. En iemand zei, dat dat maar niet op ‘t bandje moest komen. Want dat was niet voor het nageslacht bestemd! De mannen namen natuurlijk de leiding in de bespreking — Wat is de funktie van de domineesvrouw? Is zij een vrouw in het ambt, hoewel onbevestigd? Ja zeker: zij draagt het algemene ambt, zij is een van de velen in het priesterschap van alle gelovigen!

Bisschop John Reid kwam uit Sydney over om ons te doen meeleven in het onlangs gehouden Internationale Congres te Lausanne, over de Evangelisatie van de Wereld. Professor Runia heeft er in een vorig nummer van Trowel and Sword iets over verteld. En op een bandje konden wij luisteren naar een bijbelstudie van het congres, door de bekende Rev John Stott van Londen. En ook was ds Henk de Waard op een bandje aanwezig, om ons te betrekken in de jongste ontwikkelingen in zijn werk.

Een andere bezoeker was de pas geemeriteerde Rev Neil MacLeod uit Hurstville. De mensen van de eerste generatie emigranten in West Australia herinneren zich hem nog wel! Schots en vurig! Hij gaf een inleiding op de situatie en verwachtingen in de presbyteriaanse kerk.

En wat zal ik nog meer vertellen? Professor Woudstra gaf een leerzame uiteenzetting over het leerprogramma van de kerk, voor jong en oud, binnen- en buiten-kerkelijk. Daar hoop ik nog wel eens op terug te komen. Van ds Keith Warren kregen we een boeiende, sprankelende boekbespreking op de twee veelbesproken Toronto-boeken, Out of Concern for the Church, en: With all the King’s Men. De algemene reaktie op deze boeken, en met name ook van hen die geen hollandse, vechtlustige traditie achter zich hebben, was: Zo Niet! Deze boeken, met hun arrogante, irritante radikale toon hebben onbedoeld een onberekenbare schade toegebracht aan de schone zaak van de christelijke wijsbegeerte. Met het verdrietige resultaat dat een groot en charmant geleerde als Dooijeweerd (lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen!) door buitenstaanders wordt gedoodverfd als een van de domme radikalen.

Wij hadden een seminarie over moeilijke pastorale gevallen. Met een bespreking van de boeken van Jay Adams. De grote vraag was, of hij met zijn direkte-bijbelse methode geen open deuren intrapt. En of wij de psychiater zo gemakkelijk en straffeloos kunnen negeren als hij doet. Mensen als Bavinck en Brillenburg Wurth zijn zo veel voorzichtiger, en onderkenden toch heus wel de gevaren van de moderne psychologie.

En dan hebben wij ook nog even gesproken over kinderkommunie, het werk van de ouderling en het huisbezoek, de Evangelische Alliantie en het Missie-jaar 1975.

Maar U zult wel hebben opgemerkt, dat ‘t volle, drukke dagen, en korte nachten waren. De tijd, het geld werd goed besteed. En wij zijn dankbaar naar huis gegaan. Het was goed, en brood-nodig dat wij konden samen spreken over de blijvende opdracht van de Bediening van het Woord des Heren aan mensen van onze tijd. Ja, wij waren wel heel erkentelijk jegens de kerkeraden en partikuliere vrienden die dit samenkomen in het jaar van de inflatie hebben mogelijk gemaakt. En wij verwachten dat de

. vruchten van het samenzijn zullen groeien in de gemeentes!

Wij weten, het is zeker niet gemakkelijk om kerk des Heren te zijn, en te blijven in deze eeuw. Wij denken aan het woord van de apostel: van buiten strijd, van binnen vrees. Maar wij mogen ons tevens verzekerd houden van de vele beloften van Hem, Die heerst, ook temidden van de vijanden.

Het is een moedgevend evenement voor ons geweest, dat wij op weg naar de konferentie een zondag in Canberra, de dure en deftige federale hoofdstad konden doorbrengen. Het is ruim twintig jaar geleden dat ik daar een zondag had doorgebracht. En toch herinner ik ‘t me als de dag van gisteren. Canberra was toen nog lang niet aan de twintig duizend inwoners toe. (Nu zijn er bijna twee honderd duizend). lk kwam er nog weleens op country bezoek. En wij hadden besloten, er een zondagse kerkdienst te organiseren. Wat een enthousiasme, toen wij er ruim zeventig bezoekers aan-troffen!

Nooit vergeet ik het gesprek dat ik na de dienst met een veertigjarige huisvader had. Dominee, zo begon hij, wat een geweldige dienst. Wie had ooit zo’n opkomst verwacht? Want, weet u wel — zo ging hij verder, weet u dat het hier Sodom is? Het is hier een verschrikkelijk land. En ik ga hier weg. Om mijn kinderen ga ik hier weg!

Toen heb ik het mijne gezegd. Als hij inderdaad van mening was, dat hij in Sodom woonde. moest hij maar heel vlug de gevolgtrekking maken. Niet langer rondhangen. Maar wegvluchten om zijn leven te redden. En niet achteromzien.

Terwijl er toch naar mijn mening iets tegenstrijdigs was in het feit dat hij nooit gedroomd had dat zulke kerkdiensten hier mogelijk waren. Dus toch géén Sodom? Als er immers nog vijftig recht-vaardigen in de stad zijn die de Heer oprecht willen zoeken dan is Australia nog niet verloren! Zouden wij dan niet liever beginnen om de Heer hier te dienen met een eenparige schouder?

En nu is de kerk in Canberra er gekomen! Ach, de geschiedenis van de kleine groep in de betoverende hoofdstad is ook weer een geschiedenis van veel verdriet en zorgen. Maar er zijn de vijftig rechtvaardigen in de stad. En daarom breken wij niet op, en laten wij de moed niet zinken. En is dit ook niet het beeld van, en de vertroosting voor ons kerkelijk leven in zijn totaliteitsaspekt? Zolang er nog vijftig rechtvaardigen zijn. . . zolang is er het Woord van Hem met Wie wij mogen pleiten! “lk zal de Stad niet verdoen! “

(J) VANDERBOM

If There Are Still Fifty In The City

This will be a short story about the ministers’ conference in Wollongong, which did go ahead after all. The purpose of the fifty in the title above can be found at the end. It has nothing to do with the number of conference participants, even though there were fifty – 31 pastors, of whom 19 had brought their better halves. It was a great pity that the high costs made it impossible for the residents of the far west to bring their wives. Because once again we have discovered how essential and fruitful those few conference days can be to maintain the bond and understanding, because we do have an exceptional diversity in our ranks.

And that is beautiful and fascinating, but can also quickly become a debit item if we no longer know each other. Chairman R.O. Zorn was able to welcome, besides a few graduates of the College in Geelong, three new faces from abroad: Rev. Jack Postma, who came to the Reformed position in the United States, Rev. Winston Gauder, who came from Ceylon and studied in Grand Rapids, and Dr. Noel Weeks, from the Presbyterian Church, who, although not in active official service, also played an important part in the discussions about preaching and the practical questions of pastoral care and psychology. Of the professors from Geelong, only Professor Woudstra was present, who helped us a lot in the field of youth and gospel. He himself said that he never felt as at home in that area as in the Old Testament. Unfortunately, the other professors, including Professor Harman, had to forgo attendance. This time we had no other guests, and unfortunately no representative from the New Zealand sheep pastures either.

We had no guests, but we were treated with distinction and as guests of honour.

The beautiful meeting rooms that church in Wollongong has at its disposal are fantastic! There was also excellent entertainment. And the ladies of the congregation provided a delicious lunch every day. But on the Wollongong beach we were offered a barbecue by the youth of the church, which veterans like Stuyvesant or Van Raalte would have enjoyed! And during one of the meals in the beautiful Illawarra retirement home (where our church has ten units available — yes, who will bite?) we were pleasantly entertained by a guitar trio, also from the congregation.

Our musical achievements were amply rewarded on the last evening; a meeting with the congregation, which sounded like a bell. You can imagine: Reverend Arent de Graaf, also no stranger in the cathedral of Wollongong, can find no peace before he has got everyone singing. Who would have ever dreamed of a choir of ministers? He let us sing in all the tongues of men and angels. Now, of course, a German, Latin or Hebrew text may not be a problem for a minister. And his wife does sing along. . . But it becomes more difficult if you can’t read notes. Or, even worse, if you can’t sing! And yet we all sang! Genevan melodies, canons, evening prayers. . . No wonder the mood remained so good. Because we certainly hadn’t come together in an oasis of carefreeness. But in our singing we made a confession of what is highest and most glorious for all of us. And then the difficulties disappear, and the worries and sorrows also slide away from us. As an airplane that rises upwards may leave the clouds and the polluted earth beneath it.

Because, of course, we weren’t on holiday. We had brought numerous questions and points of contention to the conference. Or did you think that we could stand outside the militant church? But we also know that battle and prayer do not exclude praise. After all, in the arena of this life we have been given God’s own Word. And every day rightly began with a time of Bible study. And every afternoon we had our time of prayer. The program was extremely practical this time. Preaching and pastoral care were the main points. In a clear exposé on Biblical Preaching, based on the valuable study of the American Sid Greidanus (Sola Scriptura, dissertation Vrije Universiteit, Amsterdam), Rev. Pellicaan initiated the discussion on a subject that will fascinate the church until the end of the ages. For through the preaching of the Word the church was founded, and it has spread. And it pleases the Lord, writes Paul, to save people through the foolishness of preaching!

The preacher, however, is not an automaton who is finished with reciting a number of platitudes and Bible texts. Spurgeon growled at his students that they would be better off buying a Christian organ: then you can alternate between five different tunes!

But we can also have too much confidence in our own ingenuity or eloquence. It is impossible for a preacher to give the impression that he is a mighty speaker, and at the same time that Jesus Christ alone is great, and mighty to save and help. There is an eloquence that heaven may preserve us from. “The Lord was not in the whirlwind.” ‘ We must realise that the pulpit belongs to the preacher no more than the baptismal font and the communion table.

The writer of this report had the privilege of summarising this theme of the sermon on the last morning of the conference. It is our great task, glorious and breathtaking, that we may make people hear the voice of the Lord. So that they can always say, I have heard it from His mouth myself — I have heard the Lord speak this morning. Of course, only the Holy Spirit can bring about this wonderful communication. But this certainly does not mean a premium on laziness.

At the conference we also devoted a whole sermon to life in the parsonage. Mrs. Del MacFarlane gave the introduction. But in the discussion that followed, the ladies were given only a meager chance. And someone said that this should not be recorded on tape. Because that was not for posterity intended! The men naturally took the lead in the discussion — What is the function of the minister’s wife? Is she a woman in office, although unconfirmed? Yes, certainly: she holds the general office, she is one of many in the priesthood of all believers!

Bishop John Reid came over from Sydney to let us participate in the recently held International Congress in Lausanne, on the Evangelisation of the World. Professor Runia told something about it in a previous issue of Trowel and Sword. And on a tape we could listen to a Bible study of the congress, by the well-known Rev John Stott of London. And also on a tape was Rev. Henk DeWaard, to involve us in the latest developments in his work. Another visitor was the recently retired Rev. Neil MacLeod from Hurstville. The people of the first generation of emigrants in West Australia still remember him! Scottish and fiery! He gave an introduction to the situation and expectations in the Presbyterian church.

And what more shall I tell you? Professor Woudstra gave an instructive presentation on the church’s curriculum, for young and old, inside and outside the church. I hope to return to that sometime. From Rev. Keith Warren we had a fascinating, sparkling book review of the two much-discussed Toronto books, Out of Concern for the Church, and: Will all the King’s Men. The general reaction to these books, and especially from those who do not have a Dutch, combative tradition behind them, was: Not at all! These books, with their arrogant, irritating radical tone, have unintentionally caused incalculable damage to the fine cause of Christian philosophy. With the sad result that a great and charming scholar like Dooijeweerd (member of the Royal Academy of Sciences!) is being dismissed by outsiders as one of the stupid radicals.

We had a seminar on difficult pastoral cases. With a review of the books of Jay Adams. The big question was whether he was not kicking in open doors with his direct-biblical method. And whether we can ignore the psychiatrist as easily and with impunity as he does. People like Bavinck and Brillenburg Wurth are so much more cautious, and did recognise the dangers of modern psychology.

And then we also briefly discussed children’s communion, the work of the elder and home visits, the Evangelical Alliance and the Mission Year 1975.

But you will have noticed that these were full, busy days and short nights. The time and money were well spent. And we went home gratefully. It was good and necessary that we could talk together about the continuing assignment of the Ministry of the Word of the Lord to people of our time. Yes, we were very grateful to the church councils and private friends who made this gathering possible in the year of inflation. And we expect that the fruits of the gathering will grow in the congregations!

We know that it is certainly not easy to be and remain the church of the Lord in this century. We think of the words of the apostle: without conflict, within fear. But we may also be assured of the many promises of Him who reigns, even in the midst of enemies.

It was an encouraging event for us that we were able to spend a Sunday in Canberra, the expensive and posh federal capital, on our way to the conference. It is more than twenty years since I spent a Sunday there. And yet I remember it as if it were yesterday. Canberra was then not even close to twenty thousand inhabitants. (Now there are almost two hundred thousand). I still visited it occasionally on country visits. And we had decided to organise a Sunday church service there. What enthusiasm, when we found more than seventy visitors.

I will never forget the conversation I had with a forty-year-old father after the service. Reverend, he began, what a great service. Who would have ever expected such a turnout? Because, you know — he continued, do you know that this is Sodom? It is a terrible country here. And I am leaving here. For the sake of my children I am leaving here!

Then I said what I had to say. If he really thought that he lived in Sodom, he should quickly draw the conclusion. No longer hang around. But flee to save his life. And not look back. While in my opinion there was something contradictory in the fact that he had never dreamed that such church services were possible here. So, no Sodom after all? If there are still fifty righteous people in the city who sincerely want to seek the Lord, then Australia is not lost yet! Would we not rather begin to serve the Lord here with a united shoulder?

And now the church in Canberra has come! Ah, the history of the small group in the enchanting capital is also a history of much sorrow and worry. But there are the fifty righteous in the city. And therefore we do not break up, and we do not lose courage. And is this not also the image of, and the consolation for our church life in its totality-aspect? As long as there are still fifty righteous. . . as long as there is the Word of Him with Whom we may plead! “I will not destroy the City!”

VANDERBOM

We look forward to receiving feedback about any of our posts. We also encourage you to share our posts with family, friends and acquaintances; in fact anyone you think may appreciate and/or benefit from the knowledge and wisdom handed down to us from the past.   To view previous posts visit our website at www.tsrevisited.com

One thought on “Als Er Nog Vijftig In De Stad Zijn

  1. What a pity we have no record of the wives conversation, it would have made interesting reading. I have great admiration for pastor’s wives, their contribution to the support of their husbands, and to the life of the church, while most often raising a family is largely overlooked.

    Thank you for reprinting these interesting articles.

    Sarah van Leeuwen

    Like

Leave a comment